Nieuws
19-07-2010 | In éénoudergezinnen is het geen vetpot
Kinderen uit éénoudergezinnen in Zeeland verkeren op een groot aantal terreinen vaak in een achterstandssituatie ten opzichte van kinderen die opgroeien in een ‘normale’ gezinssituatie. De over het algemeen slechtere financiële situatie van de vader of moeder, de mindere woonomstandigheden (huis en wijk) en de gemiddeld wat slechtere gezondheid, plaatsen éénouderkinderen in een duidelijk slechtere startpositie dan kinderen die bij beide ouders opgroeien. Dit is de belangrijkste conclusie uit het themarapport ‘éénouderkinderen’, waarin Scoop informatie uit de Jeugdmonitor Zeeland over dit onderwerp op een rij heeft gezet.
De aanleiding voor Scoop een uitgebreide analyse te verrichten naar éénouderkinderen is de snelle groei van deze categorie. Per 1 januari 2000 telde Zeeland 7.383 éénoudergezinnen. Dit is ongeveer 13% van het totaal aantal Zeeuwse gezinnen met kinde-ren. Op 1 januari 2009 was het aantal éénoudergezinnen in Zeeland gestegen tot 9.167 (16% totaal aantal gezinnen met kinderen). Een vergelijking met landelijke cijfers maakt duidelijk dat het aandeel éénoudergezinnen in Zeeland op dit moment iets lager ligt dan het Nederlands gemiddelde (19%).
Uit de studie van Scoop blijkt dat het aandeel éénoudergezinnen in Zeeland sterk verschilt per gemeente. De gemeente Vlissingen kent het hoogste percentage éénoudergezinnen (24%). Het laagste aandeel is te vinden in de gemeenten Kapelle, Reimerswaal en Veere (11%). In alle Zeeuwse gemeenten is sprake van een toename van het percentage éénoudergezinnen.
Uit de cijfers blijkt verder dat de achterstandspositie van Zeeuwse éénouderkinderen zich in alle leeftijdsfasen manifesteert. Door een vergelijking van de uitkomsten van 4-jarigen, 10-jarigen en 15-jarigen over de tijd blijkt dat de verschillen ten opzichte van niet-éénouderkinderen in veel gevallen niet verminderen of zelfs nog toenemen. Vaak lijkt armoede aan deze verschillen ten grondslag te liggen. Nadere analyse wijst dan ook uit dat de ‘score’ van ‘rijke’ alleenstaande ouders veel beter is dan van ‘arme’ alleenstaande ouders. Het lijkt daarom aanbevelenswaardig de negatieve gevolgen van armoede te bestrijden en dit sterker in het beleid te verankeren.