"De zeeuwse taele" steeds minder gebruikt


Kinderen spreken aanzienlijk minder vaak een streektaal of dialect dan hun ouders.  In 1995 sprak nog 27% van de Nederlandse ouders onderling een streektaal of dialect; in 2003 was dit geslonken tot 18% – een afname met een derde.

Ruim 30% van de ouders spreekt thuis Nederlands gecombineerd met het Zeeuws. In 2009 sprak 37% van de ouders van jonge kinderen thuis Zeeuws gecombineerd met Nederlands. In vergelijking met 2001 was dit (44%) en in 2005 (44%). Het spreken van Zeeuws naast het Nederlands lijkt in 2009 iets minder populair. 
Het uitsluitend spreken van Zeeuws komt het meest voor in de gemeente Reimerswaal (26%) en Tholen (18%).
Het blijkt dat het Limburgs het meest gesproken wordt door ouders, gevolgd door het Fries, Zeeuws, Nedersaksisch en Brabants. Er bestaat een duidelijke tendens tot afname van het gebruik van nagenoeg alle streektalen en dialecten. 

naar het hele artikel hierover

 

Meisjes maken meer muziek

meiden maken muziekZelf muziek maken bij Zeeuwse basisschoolleerlingen is bij meisjes  populairder dan bij jongens. Dit valt op te maken uit de enquête die Scoop in 2010 voor de derde keer hield onder leerlingen uit groep 6, vooral 9- en 10-jarigen, van de Zeeuwse basisscholen. De eerdere onderzoeken werden gehouden in 2003 en 2006.

Gevraagd of zij in hun eigen vrije tijd wel eens zelf muziek maken, geven zes van de tien meisjes uit groep 6 (62%) aan dat wel eens te doen. Bij de jongens is juist het omgekeerde het geval. Zes van de tien jongens maken zelf nooit muziek (60%). Ongeveer een op de zeven jongens maken vijf of meer dagen per week muziek in de eigen vrije tijd (4% 5-6 dag/week, 10% elke dag). Bij de meisjes komt dat met een kwart bijna twee keer zo veel voor (7% 5-6 dag/week, 17% elke dag).

Bij de meisjes zit een kwart op muziekles (2010: 26%), bij de jongens is dat 17%. Het komt maar weinig voor dat jongens uit groep 6 lid zijn van een harmonie of fanfare, of dat zij in een koor zitten (2010: 3%). Bij de meisjes zijn dat er met bijna een op de tien drie keer zo veel (9%).

Verschillen zijn er weliswaar ook tussen jongens in meisjes in het luisteren naar muziek, maar die verschillen zijn relatief klein. Het komt bij de jongens wat meer voor dat zij in de eigen tijd nooit naar muziek luisteren (jongens 13%, meisjes 7%). Bij meisjes komt het wat meer voor dat ze elke dag naar muziek luisteren (jongens 26%, meisjes 30%).

Van de jongens en meisjes uit groep 6 in Zeeland zit momenteel (2010) 22% op muziekles. Dat is iets minder dan bij de eerste enquête in 2003 toen een kwart op muziekles zat (2003 25%, 2006 22%). Een sterke achteruitgang is er echter te zien in het lidmaatschap van fanfare, harmonie en koor. Het aandeel kinderen uit groep 6 dat hier lid van is daalde van 14% in 2003, naar 11% in 2006, tot 6% in 2010.

Grafiek 1 meisjes en muziek

Figuur: Hoe vaak in eigen vrije tijd naar muziek luisteren door jongens en meisjes uit groep 6 primair onderwijs Zeeland die lid zijn van een sportvereniging in 2010.
(Bron: Scoop Jeugdmonitor enquête primair onderwijs). 

Grafiek 2 Meisjes en jongens en muziek

Figuur: Hoe vaak in eigen vrije tijd zelf muziek maken door jongens en meisjes uit groep 6 primair onderwijs Zeeland die lid zijn van een sportvereniging in 2010.
(Bron: Scoop Jeugdmonitor enquête primair onderwijs).

Grafiek fanfare

Figuur: Aandeel (%) jongens en meisjes uit groep 6 primair onderwijs Zeeland die lid zijn van een fanfare, harmonie en/of koor in 2010.
(Bron: Scoop Jeugdmonitor enquête primair onderwijs).

Gafiek muziekles

Figuur: Aandeel (%) jongens en meisjes uit groep 6 primair onderwijs Zeeland die op muziekles zitten in 2010.
(Bron: Scoop Jeugdmonitor enquête primair onderwijs).


 

Bibliotheekbezoek Zeeuwse Basisschoolleerlingen constant …. Stripboeken minder in trek

bibliotheekbezoekHet bibliotheekbezoek door kinderen van Zeeuwse basisscholen is de afgelopen jaren constant gebleven. Dit blijkt uit de enquête Primair Onderwijs 2010 gehouden door Scoop onder kinderen uit groep 6, vooral 9- en 10-jarigen, van het basisonderwijs in Zeeland. Het was de derde keer dat deze enquête in het kader van de Jeugdmonitor Zeeland werd gehouden. De vorige enquêtes waren in 2006 en 2003.

Momenteel bezoeken zes van de tien kinderen uit groep 6 minstens een keer per maand de bibliotheek (of bibliobus). Bijna een kwart van hen doet dat zelfs elke week. Bijna een kwart (23%) van de kinderen komt nooit in de bibliotheek. (De overige 17% gaat minder dan 1 keer per maand naar de bibliotheek.) De cijfers voor 2010 wijken erg weinig af van die uit de eerdere enquêtes van 2003 en 2006.

In de enquêtes is ook gevraagd of er in de eigen vrije tijd boeken en stripboeken gelezen worden. De kinderen uit groep 6 geven aan dat zij veel meer boeken dan strips lezen. 40 % lezen op vijf of meer dagen per week een boek. Vijf of meer dagen per week strips lezen doen er daarentegen maar twee van de tien (2010:  5 t/m 6 dagen per week 6%, elke dag 16%). Helemaal geen strips lezen komt ook bijna drie keer zo veel voor als (in de vrije tijd!) helemaal geen boeken lezen (2010: geen boek lezen 12%, geen strips lezen 29%).

Zeer opmerkelijk is dat er tegenwoordig door veel minder kinderen uit groep 6 stripboeken gelezen worden dan in het verleden. Lezen momenteel drie van de tien kinderen  geen strips, in 2003 en 2006 waren dat er ongeveer twee van de 10 kinderen die nooit strips lazen. Het aandeel kinderen dat in de eigen vrije tijd nooit een boek leest is in de drie onderzoeksjaren echter gelijk gebleven, circa 12%.