Steeds meer kinderen met mobieltjes

Steeds meer Zeeuwse kinderen hebben een eigen mobiele telefoon. Bij kinderen uit groep 6 van het basisonderwijs, vooral 9- en 10-jarigen, hebben momenteel vier van de tien al een eigen mobieltje (2010: 41%). Dit is een verdubbeling vergeleken met 2003 (19%). In dat jaar hadden nog slechts twee van de tien kinderen uit groep 6 al een eigen mobiele telefoon. 

Het wel of niet een mobieltje hebben blijkt bovendien sterk samen te hangen met waar kinderen wonen en vertelt ook veel over hun leefstijl. Een en ander blijkt uit de resultaten van drie enquêtes onder kinderen van de Zeeuwse basisscholen gehouden door Scoop in de jaren 2003, 2006, en 2010.

Tussen de Zeeuwse gemeenten zijn zeer grote verschillen zichtbaar. In Reimerswaal, Borsele, Tholen, en Veere hebben momenteel drie van de tien kinderen uit groep 6 een mobieltje. In Noord-Beveland en Terneuzen is dat al de helft. Kinderen die in Vlissingen wonen, spannen de kroon. Daar hebben bijna zes van de tien kinderen uit groep 6 al een eigen mobieltje (2010: 57%). De overige Zeeuws gemeenten nemen een tussenpositie in.

Tussen jongens en meisjes zijn er geen verschillen meer zichtbaar in 2010. De afkomst van de ouders doet er wel in sterke mate toe. Hebben in Zeeland vier van de tien kinderen uit groep 6 een mobieltje, wanneer een of beide ouders niet in Nederland geboren zijn, hebben bijna zeven van de tien kinderen een eigen mobieltje (2010: 68%). Ook de taal die thuis meestal gesproken wordt, doet er hier toe. Wanneer er thuis meestal Zeeuws gesproken wordt, hebben bijna drie van de tien kinderen een mobiele telefoon (28%). Wanneer er thuis meestal een vreemde taal wordt gesproken – geen Nederlands of Zeeuws – dan hebben bijna zes van de tien kinderen een mobiele telefoon (58%).

Meer over dit onderzoek