Openbare orde & veiligheid

Bij het thema OPENBARE ORDE & VEILIGHEID staan twee actuele artikelen:

 

De kinderen uit groep 6 en de politie

Basisschoolleerlingen in Zeeland worden tegenwoordig minder gewaarschuwd of opgepakt door de politie dan in het verleden. Ook maken zij zich tegenwoordig minder schuldig aan straatvernielingen. Dit zijn twee opvallende bevindingen uit de enquête primair onderwijs die Scoop in 2010 voor de derde keer hield sinds 2003 onder leerlingen van groep 6, vooral 9- en 10-jarigen, in het Zeeuwse basisonderwijs.

Acht van de honderd kinderen in groep 6 geven toe wel eens door de politie te zijn gewaarschuwd of opgepakt (8%). Dit lijkt in de jaren af te nemen (2003: 12%, 2006: 10%). De kinderen beantwoordden ook drie specifieke vragen over ‘dingen die niet mogen’. In 2010 geeft bijna één op de vijf kinderen aan wel eens iets vernield te hebben buiten op straat (18%). Dat is iets minder dan in de voorgaande onderzoeksjaren (2003: 21%, 2006: 20%). Zeven van de honderd scholieren geven aan wel eens zonder te betalen iets uit een winkel meegenomen te hebben (7%). Dat is evenveel als in 2006, maar iets minder dan in 2003 (9%). Zes van de honderd scholieren bekennen wel eens iets gepikt te hebben op school, in het zwembad, of op de sportvereniging. Dit aandeel is constant. Gevraagd naar de belangrijkste politietaak kiezen bijna vier van de tien kinderen voor het beschermen van mensen (37%).

ongewenst gedrag

Figuur: Aandelen (%) jongens en meisjes uit groep 6 primair onderwijs Zeeland en ongewenst/strafbaar gedrag in 2010. (Bron: Scoop Jeugdmonitor enquête primair onderwijs).

Bij dit soort gegevens zijn er altijd grote verschillen tussen jongens en meisjes zichtbaar. Hier valt op dat het vooral de jongens zijn die tegenwoordig minder door de politie gewaarschuwd of opgepakt worden. In 2010 overkwam het naar eigen zeggen dertien van de honderd jongens (13%). In 2003 waren dat er met achttien van de honderd (18%) nog anderhalf keer zo veel (en in 2006 16%). Bij meisjes komt het in het algemeen veel minder voor en is er ook niets veranderd. Niet meer dan één op de twintig meisjes wordt wel eens gewaarschuwd of opgepakt door de politie (2003: 5%, 2006: 5%, 2010: 4%).

Het aandeel jongens dat wel eens iets vernield buiten op straat is het drievoudige van dat aandeel bij de meisjes (2010: jongens 26%, meisjes 9%). De geconstateerde daling in straatvernielingen in de periode 2003 t/m 2010 is echter bij jongens en meisjes in vergelijkbare mate zichtbaar. Voor winkeldiefstal geldt hetzelfde verhaal. Dit komt bij jongens ongeveer twee keer zo veel voor als bij meisjes en er is de afgelopen jaren eveneens sprake van een voor beide seksen vergelijkbare daling (2010: jongens 9%, meisjes 4%). De kinderen is ook gevraagd of ze wel eens iets gepikt hebben op school, in het zwembad of een sportvereniging. Dit komt bij de jongens drie keer zo veel voor als bij de meisjes (2010: jongens 9%, meisjes 3%). Hier is in de periode 2003 t/m 2010 weinig of niets veranderd.

Nagegaan is ook of er in de hele periode van 2003 t/m 2010 opvallende verschillen zijn tussen de verschillende gemeenten waar de kinderen wonen. Vlissingen valt op omdat er  meer kinderen gewaarschuwd of opgepakt worden door de politie dan gemiddeld (Vlissingen 14%, Zeeland 11%). Ook maken ze zich er  meer schuldig aan winkeldiefstal (Vlissingen 10%, Zeeland 8%). De kinderen uit Tholen en Schouwen-Duiveland vallen op omdat ze wat meer dingen op straat vernielen (Schouwen-Duiveland 23%, Tholen 26%, Zeeland 20%). Kinderen uit Hulst vallen op doordat zij zich over de hele linie relatief aan weinig zaken schuldig zeggen te maken. Ze worden weinig door de politie gewaarschuwd of opgepakt (Hulst 7%, Zeeland 11%). Zij maken zich ook relatief weinig schuldig aan winkeldiefstal (Hulst 6%, Zeeland 8%) of aan straatvernielingen (Hulst 14%, Zeeland 20%).

 

Gestage afname ernstige verkeersslachtoffers onder jongeren

De aantallen kinderen en jongeren in Zeeland die jaarlijks bij een verkeersongeval overlijden of met ernstige verwondingen in het ziekenhuis belanden, laten in de periode van 2001 tot en met 2009 een gestage daling zien, met uitzondering van 2008.

Het totaal aantal ernstige verkeersslachtoffers (zwaar gewond of overleden) bij kinderen en jongeren van 0 tot en met 23 jaar nam af van 150 in 2001 naar 65 in 2009. Het zijn vooral de oudere kinderen en jongeren die het slachtoffer zijn van verkeersongevallen. Bij jonge en zeer jonge kinderen vallen beduidend minder slachtoffers. Van de 110 ernstige verkeersslachtoffers onder kinderen en jongeren in 2008 bijvoorbeeld, waren er 96 in de leeftijd van 12 t/m 23 jaar tegenover 14 kinderen van 0 t/m 11 jaar.

figuur verkeersslachtoffers 1

Figuur: aantal ernstige verkeersslachtoffers (zwaar gewond of overleden) onder kinderen en jongeren, 2001 t/m 2009 (Bron: ROVZ)

Het aantal ernstige verkeersslachtoffers voor het voorbije jaar 2010 is nog niet bekend. Wel bekend is het aantal verkeersdoden over het hele voorbije decennium. Van de in totaal 31 verkeersdoden in Zeeland in 2010 waren er twee jonger dan 20 jaar. 2010 was daarmee een van de drie jaren in het voorbije decennium met het laagste aantal verkeersdoden bij jongeren (t/m 19 jaar). De andere twee jaren waren 2004 en 2007 toen er ook twee jongere dodelijke verkeersslachtoffers waren. Een trieste uitschieter was 2006 toen er 12 jonge verkeersdoden waren. Sedert 2001 vallen in Zeeland jaarlijks gemiddeld twee dodelijke verkeersslachtoffers die jonger dan 15 jaar zijn en vier van 15 t/m 19 jaar.

grafiek verkeersslachtoffers 2

Figuur: aantal jonge verkeersdoden (0 t/m 19 jaar) in periode 2001 t/m 2010 (Bron: ROVZ en CBS Statline)