Welzijn
|
Bij het thema WELZIJN staan 2 actuele artikelen: |
Minder basisschoolleerlingen lid van een vereniging
De deelname aan het verenigingsleven door kinderen in groep 6 van het basisonderwijs (9 & 10 jarigen) in Zeeland loopt gestaag terug.
Iets minder kinderen in groep 6 zijn tegenwoordig lid van een sportvereniging. Aanzienlijk minder dan in het verleden zijn ze lid van een andere vereniging (= niet sport). Kinderen zijn ten opzichte van een aantal jaren geleden minder vaak lid van zowel een sportvereniging als van een andere vereniging. Daarom is het niet zo dat steeds meer kinderen nergens lid van zijn. Acht van de tien kinderen in groep 6 van het basisonderwijs in Zeeland zijn lid van een club of vereniging ( 81%). Dit aandeel is de afgelopen jaren ongewijzigd gebleven.
In 2003 was ruim driekwart of 77% van de kinderen in groep 6 lid van een sportclub. In 2010 is dat aandeel gedaald met vijf procent ( 72%). Bij de andere clubs of verenigingen is echter een veel grotere teruggang te zien. Waren in 2003 ruim vier van de tien kinderen in groep 6 lid van een andere vereniging of club, in 2010 zijn dat er nog maar drie van de tien (2003: 43%, 2010: 30%).
Het meest opvallend is de sterke daling van het aandeel meisjes in groep 6 dat lid is van een andere vereniging. Was in 2003 nog de helft van de meisjes lid van een andere vereniging, in 2010 is dat nog maar een op de drie (2003: 50%, 2006: 38%, 2010: 33%). Bij de jongens daalde het aandeel dat lid is van een andere vereniging van 35% in 2003 naar 28% in 2006, en dat aandeel is sindsdien gelijk gebleven.
Figuur: Ontwikkelingen in deelname (%) verenigingsleven groep 6 van het basisonderwijs Zeeland.
(Bron: Scoop Jeugdmonitor enquêtes primair onderwijs 2003, 2006, en 2010).
Een opvallende ontwikkeling bij die andere verenigingen is de sterke achteruitgang in het lidmaatschap van fanfare/harmonie/koor (2003: 14%, 2006: 11%, 2010: 6%). Enige achteruitgang is er in 2010 ook zichtbaar bij het lidmaatschap van een knutsel/teken/boetseerclub (2003 en 2006: 6%, 2010: 4%). Het lidmaatschap van de padvinderij of scouting bij de leerlingen in groep 6 echter is in de periode van 2003 tot en met 2010 constant gebleven ( 4%). De padvinderij of scouting is overigens een vereniging waarvan jongens en meisjes in groep 6 in gelijke mate lid van zijn. Bij de fanfare/harmonie/koor en knutsel/teken/boetseerclub zijn meer meisjes dan jongens lid.
In 2010 is een op de vijf leerlingen in groep 6 in Zeeland nergens lid van, d.i. geen lid van een sportvereniging en ook geen lid van een andere vereniging (2010: 19%). Tussen de gemeenten zijn verschillen zichtbaar. In Reimerswaal is een derde nergens lid van (2010: 33%). In Hulst zijn het er zeven van de honderd (2010: 7%).
Eén op tien leerlingen in groep 6 wordt vaak gepest
Gepest worden overkomt jongens en meisjes op Zeeuwse basisscholen evenveel. Doorgaans ook op dezelfde plaatsen. Grote verschillen zijn er wel in de wijze waarop jongens en meisjes gepest worden. Meisjes zijn veel meer het slachtoffer van roddelen en niet mee mogen spelen. Jongens zijn veel meer het slachtoffer van bedreiging en fysiek geweld. Eén en ander blijkt uit de enquête Primair Onderwijs 2010 gehouden door Scoop onder kinderen uit groep 6, vooral 9- en 10-jarigen, in Zeeland. Dit was de derde keer dat deze enquête in het kader van de Jeugdmonitor Zeeland werd gehouden. De vorige waren in 2006 en 2003.
Pesten
Eén op de tien Zeeuwse basisschoolleerlingen uit groep 6 wordt naar eigen zeggen vaak (8%) of heel vaak (3%) gepest. Drie van de tien worden soms gepest (28%). Een meerderheid van zes van de tien worden nooit (48%) of bijna nooit (13%) gepest. Meisjes en jongens worden evenveel gepest. In 2003 kwam het iets maar niet veel meer voor dat kinderen wel eens gepest werden. De kinderen van nu geven aan minder te pesten. In 2010 zeggen acht van de tien kinderen zelf nooit (42%) of bijna nooit (38%) andere kinderen te pesten. De meeste overigen doen het soms (18%), en een enkeling vaak (1%) of heel vaak (1%).
Figuur: Als je wel eens gepest wordt, op welke manieren is dat?
Aandelen (%) jongens en meisjes uit groep 6 primair onderwijs Zeeland
(Bron: Scoop Jeugdmonitor enquête primair onderwijs 2010).
Waar?
Als kinderen gepest worden, gebeurt dat het meest op het schoolplein (65%), daarna op straat (42%), in de klas (27%), en thuis (26%). Van de gepeste kinderen geeft één op de tien aan (ook) op internet gepest te worden (9%). Gepest worden op de sportvereniging overkomt jongens bijna twee keer zo vaak als meisjes (16% tegenover 9%).
Schelden
Als kinderen gepest worden, zegt meer dan de helft dat er ook gescholden wordt (55%). Tegen jongens meer dan meisjes (61% tegenover 50%) Daarna komt uitlachen (39%) en roddelen (38%). Hier zitten grote verschillen tussen jongens en meisjes. Meisjes hebben meer last van roddelen en niet mee mogen spelen. Door de gepeste meisjes wordt bijna de helft (46%) ook roddelen genoemd. Bij jongens is dat veel minder (28%). Bij de gepeste meisjes zegt ruim een derde (36%) dat zij niet mee mogen spelen. Bij de jongens is dat een kwart (26%).
Bedreigen
Jongens zijn eerder het slachtoffer van bedreiging. Zij noemen bedreiging twee maal zo vaak als meisjes (21% tegenover 11%). Van de gepeste jongens noemt een derde (34%) ook fysiek geweld (schoppen en slaan). Bij de meisjes is dat 22%.
Praat je erover?
De meeste kinderen praten er met anderen over als ze gepest worden. Eén op de vijf doet dat niet (20%). Meestal wordt er gepraat met de ouders en/of de juf of meester op school. Meisjes praten meer met eigen vrienden/vriendinnen. Jongens praten iets meer met eigen broers of zussen.