Ouders in Zeeland tevreden over eigen buurt


Jonge ouders in Zeeland zijn met name tevreden over de contacten met andere ouders/kinderen en de mogelijkheden om buiten te spelen. Minder tevreden zijn ze over activiteiten in de buurt voor hun kinderen, hygiëne en een veilige speelplaats.
Achtergrondkenmerken als inkomen, opleiding, en arbeidsparticipatie spelen een belangrijke rol in de mate van tevredenheid over de beoordeling van de buurt, de contacten en het buitenspelen.


Dit zijn enige conclusies naar aanleiding van onderzoek naar de opvattingen bij Zeeuwse ouders over de eigen woonbuurt. Hierover is bij Scoop een themarapport verschenen. Basis zijn de gegevens van het onderzoek Ouders van Jonge Kinderen dat in 2009 voor de derde keer gehouden werd. Aan het onderzoek werd deelgenomen door 1961 ouders van jonge kinderen, vooral 3-4 jarigen. De twee eerdere enquêtes werden gehouden in 2001 en 2005.

Het meest tevreden zijn de ouders uit Noord-Beveland en Veere, het minst die uit Vlissingen. Ouders met jonge kinderen op het platteland zijn vaker tevreden over de eigen woonbuurt als die in de stad.

Uit het onderzoek blijkt dat de tevredenheid van ouders met jonge kinderen over zowel het contact met andere ouders als het contact van het kind met andere kinderen, sterk samenhangt met de mate waarin men graag in de buurt woont en de algehele buurttevredenheid.

Gevraagd is ook of kinderen veel buiten spelen. Niet alle kinderen spelen even veel buiten. Zo mogen kinderen meer buiten spelen als ouders tevreden zijn met de buurt. Kinderen van ouders die geen opleiding afmaakten en kinderen uit grotere gezinnen spelen ook vaker buiten. En datzelfde geldt ook voor kinderen van ouders die zich rekenen tot een kerkgenootschap, godsdienstige gemeenschap of andere levensbeschouwelijke groepering.

 

Aantal huishoudens neemt toe in Zeeland, huishoudens met kinderen nemen af

Sinds 2000 is de bevolking van Zeeland met ruim 2% gegroeid. Het aantal huishoudens is in diezelfde periode met meer dan 7 % toegenomen van 155.000 tot meer dan 166.000. De verwachting is dat het aantal huishoudens in 2030 met nog eens 10.000 gegroeid zal zijn tot 176.000. Basis voor deze prognose is het eigen rekenmodel van de provincie Zeeland.

De verwachting is dat het aantal huishoudens in de regio’s de Bevelanden, Tholen en Walcheren tot 2030 stijgen. Voor Schouwen-Duiveland wordt verwacht dat het aantal huishoudens tot 2025 zal groeien en daarna begint te dalen. Zeeuws-Vlaanderen zal naar verwachting tot 2020 groeien en daarna neemt het aantal huishoudens geleidelijk af. Zeeuws-Vlaanderen is de enige regio die naar verwachting in 2030 minder huishoudens heeft dan in 2010.

huishouden met kinderen

Hoewel het totaal aantal huishoudens stijgt, neemt het aandeel en aantal huishoudens met kinderen juist af. Iin de periode 2000-2009 van 36% tot 34% (van alle huishoudens). In absolute aantallen waren er in 2000 in Zeeland 56.393 huishoudens met kinderen en in 2009 waren het er met 55.822, bijna zeshonderd minder. In 2009 is voor het eerst het aantal meerpersoonshuishoudens zonder kinderen in Zeeland groter dan het aantal met kinderen. De verwachting is dat in 2030 het aandeel huishoudens met kinderen gedaald zal zijn tot 29% van alle huishoudens. In absolute aantallen spreken we dan voor 2030 over nog ongeveer 51.000 huishoudens met kinderen.

Kijken we naar de afzonderlijke regio’s dan is de verwachting dat het aandeel huishoudens met kinderen in 2030 het laagst zal zijn op Walcheren en in Zeeuws-Vlaanderen (elk 27%). Het hoogste aandeel zal dan zoals nu te vinden zijn op Tholen (35%). Zeeuws-Vlaanderen is de regio waar het aandeel huishoudens met kinderen in de periode 2000-2030 naar verwachting het sterkst zal dalen.

Een uitgebreidere analyse van de ontwikkelingen bij de Zeeuwse huishoudens is te vinden in het onlangs door Scoop uitgebrachte rapport “Om de kwaliteit van het wonen, Analyses van het WoOn 2009”, p.9-13.

 

Meeste schoolkinderen vinden eigen buurt veilig

Kinderen op basisscholen in Zeeland voelen zich in overgrote meerderheid veilig in de eigen buurt waar ze wonen. Die conclusie valt te trekken op basis van de uitkomsten van de enquête Jeugdmonitor primair onderwijs die Scoop in 2010 voor de derde keer hield sinds 2003 onder leerlingen van groep 6, vooral 9- en 10-jarigen, in het Zeeuwse basisonderwijs.

In elk van de drie onderzoeksjaren kregen de leerlingen uit groep 6 de vraag voorgelegd: “Vind jij het veilig bij jou in de buurt? “. Op het niveau van de hele provincie Zeeland is er sinds de eerste enquête in 2003 niets veranderd: een minderheid van een op de zes kinderen vindt de eigen buurt niet veilig (2003 en 2006: 16%, 2010: 15%). Tussen de gemeenten zijn er in elk onderzoeksjaar wel verschillen zichtbaar in de mate waarin schoolkinderen zich onveilig voelen in de eigen woonbuurt. Die verschillen zien er echter niet hetzelfde uit in de drie onderzoeksjaren.

buurt

Figuur: Aandelen (%) leerlingen in groep 6 primair onderwijs Zeeland die de eigen buurt niet veilig vinden naar jaar. (Bron: Scoop Jeugdmonitor enquête primair onderwijs 2003-2006-2010).

In de enquête van 2010 geven de kinderen uit Terneuzen aan zich het minst veilig te voelen in de eigen buurt. Een vijfde of 20% van hen vindt de eigen buurt niet veilig. Bij de eerste enquête in 2003 vonden minder kinderen uit Terneuzen dat de eigen buurt niet veilig was (16%). Geheel anders is het gesteld in Noord-Beveland waar slechts een op de vijfentwintig kinderen of 4% de eigen buurt niet veilig vindt. In Noord-Beveland zijn zich sinds 2003 steeds minder kinderen onveilig gaan voelen (2003: 11%, 2006: 7%, 2010: 4%).

In zes Zeeuwse gemeenten is er maar weinig veranderd in de periode van 2003 tot en met 2010: Borsele, Kapelle, Sluis, Middelburg, Veere, en Vlissingen. In Reimerswaal was er in 2010 sprake van een twee keer zo groot aandeel kinderen dat de eigen buurt niet veilig vindt als in 2003 (2003: 8%, 2006: 14%, 2010: 17%). Reimerswaal en het al genoemde Terneuzen zijn hier de twee ‘stijgers’ onder de Zeeuwse gemeenten. Er zijn ook twee sterke ‘dalers’ waar kinderen zich veel veiliger zijn gaan voelen: het al genoemde Noord-Beveland en de gemeente Schouwen-Duiveland.

Tussen jongens en meisjes zijn er nauwelijks verschillen in de mate waarin de eigen buurt veilig gevonden wordt.

Gevraagd wat kinderen in eigen woorden gevaarlijk vinden in de eigen buurt, komen  uiteenlopende antwoorden. Verreweg de meeste antwoorden hebben  betrekking op verkeersveiligheid en te hard rijdende auto’s.